Fauna

 

Carnishar, Een vis van monsterachtige afmeting. Er is weinig over deze soort bekend.

Dracq, Een vogel waarvan een volwassen exemplaar een vleugelwijdte van meer dan twaalf meter kan halen. Het lijf is volledig gepantserd door een harde leerachtige huid. De messcherpe klauwen aan zijn poten hebben al menig mens zijn leven gekost, als hij dacht zijn vee te kunnen beschermen tegen de vogel. De kop is relatief klein, maar de vlijmscherpe snavel is even zo groot, keihard, en een geducht wapen.

Ghor, Een levensvorm die door Zinnonanen in een grot is aangetroffen. Lijkt het meest op een kruising tussen een duizendpoot en een kwal, en ze zijn bijna transparant.

Gnorff, Een inheemse katachtige met een lange beweeglijke nek, met daarop een langwerpige kop, die het in volle ren laag boven de grond houdt. Met zijn brede en zeer krachtige muil is het in staat een prooi bij de poten te pakken en deze volledig te kraken, waarna er geen ontkomen meer aan is. Het heeft een dichtbegroeide langharige pels. Zijn poten hebben vier lange nagels, voorzien van talloze kleine weerhaken.

Hakijn, Een inheems zesvoetig mollig grasetertje, beweegt razendsnel en krijgt veel jongen per worp.

Onax, Een inheems roofdier met groen/ bruin gekleurde dikke pels. Het verspreidt een penetrante geur en heeft een muil met een dubbele rij zware snij- en slagtanden .

Ragoeda, Een vogelsoort met gedegenereerde vleugels die met veel gewapper zichzelf voortbeweegt in zijn favoriete omgeving van het grasland. Daarmee jaagt het insecten op waar het van leeft. Indien het in de gaten krijgt dat er op hem wordt gejaagd, kan het een vreselijke geur verspreiden.

Sypher, Een reptiel dat nog het meeste lijkt op een kruising tussen een slang en een duizendpoot. Het graaft zich als een mol door aarde en gesteente en jaagt zo ondergronds op hakijnen. Het onderste deel is glad en het wurgt daar zijn prooi mee. Het bovenste deel is bezaaid met scherpe stekels waar het zowel mee kan graven alsook zijn grotere prooien kan openrijten. Onder de kop zitten twee voeltentakels waarmee het in het duister zijn prooi kan vinden.

Tricemuth, Een inheems groengekleurde reusachtige gras- en planteneter, die zich meestal op vier poten voortbeweegt, maar ook op twee poten nog behoorlijk vaart kan maken. Een jong weegt bij geboorte al snel vierhonderd kg, een volwassen vrouwtjesexemplaar kan een gewicht halen van meer dan zes ton en een volwassen mannetje haalt de negen ton. Een volwassen tricemuth heeft op zijn kop een imponerend grote hoorn en aan het eind van zijn lange staart een brokkelig uitgegroeid stuk botbeen, waar het ongelooflijk vernietigende klappen mee kan uitdelen. De hoorn en de staart worden gebruikt als verdediging tegen gnorff’s en de staart zoveel mogelijk tegen de dracq’s. De kuddes variëren van enige tientallen tot honderden stuks. De jongen bevinden zich veelal in het midden van de kudde om hen te beschermen tegen gnorff’s en dracq’s. Als rijdier kent het zijn gelijke niet qua snelheid.